Wie schrijft, die blijft
- paul82014
- 22 jan
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 1 dag geleden
Augustus 2023. Ik zit op een stoel in een enorme tuin in de buurt van Heidelberg. Gewoonlijk biedt het chalet plaats aan meer dan dertig logés en tientallen wandelaars die komen opsteken, halverwege hun wandeling door de bossen. Maar nu zijn M. en ik de enige bewoners, twee kilometer zandweg verwijderd van de bewoonde wereld. Een ideale plek om eens na te denken over de razendsnelle ondergang van een prachtige carrière. De dood van een copywriter. Dat zou een mooie titel voor dit artikel kunnen zijn. Gelukkig ben ik niet dood, het is alleen mijn carrière die de geest heeft gegeven. Maar het woord 'dood' kies ik niet voor niks.
Want hier, op mijn stoel, met een koude fles Grüner Veltliner bij de hand, besef ik dat wat ik al die jaren heb gedaan, voorgoed verdwenen is. Ik ben opgeleid in het ontwikkelen van reclamecampagnes. Ik ben er goed in. Het bedenken van slimme teksten en scripts voor allerhande media, het vinden van originele invalshoeken; meer dan dertig jaar deed ik niks anders. Twee creatieven, vellen papier, stiften en een opdracht. Het was mijn leven. Een mooi leven. Een succesvol leven. En nu is het dood. AI heeft gewonnen van de mens. Alles is nu te automatiseren. Sneller en goedkoper dan door welke reclamepipo van vlees en bloed ook. Tempo en kosten winnen het moeiteloos van originaliteit en creativiteit. AI steelt wat wij hebben verzonnen. Het graaft in een cumulatief reclame-archief en pikt er de krenten uit waar de 'prompt' om vraagt. Het resultaat is nooit origineel, maar goed genoeg. Algoritmes doen de rest.
Creatieve reclame is dood. Een deel van mij leeft niet meer. Omdat creatieve mensen gevoelige mensen zijn - anders kunnen ze hun werk niet goed doen - ben ik in de rouw. Hier, iets ten zuiden van Rippenweier, ben ik gestopt met fase 1: ontkennen. Voor de tweede fase, woede, heb ik nog nauwelijks tijd gehad; AI kondigde zich niet aan met een voorzichtig klopje, maar trapte de deur meteen in, om mij het huis uit te sleuren.
Niettemin ben ik boos. Boos op de ontwikkelaars. Boos op al mijn trouwe klanten, met wie ik dacht meer dan een zakelijke band te hebben. Die ik soms kosteloos adviseerde of zelfs wist te behoeden voor stommiteiten (ik noem geen namen). Ook zij kozen voor de Temu-versie van creativiteit. Ik breng het glas naar mijn lippen en staar naar de ondergaande zon.

Terug in Nederland ging ik als vanzelf over op fase 3: Onderhandeling. Waar kan ik nog enigszins mijn ei kwijt als ervaren creatief annex plannetjesmaker? Ik solliciteerde, waarbij ik zelfs twee keer uitgenodigd werd voor een gesprek. Bij een 'wereldspeler in uien' te Heerhugowaard en een Nederlandse variant op The Office in Alkmaar.
"Als ik nog één keer hoor dat jij hebt gesolliciteerd bij een communicatieafdeling, pak ik het eerste het beste vliegtuig naar Nederland en schop ik je van je stoel." - Jaap B. Jaap is een van mijn oudste vrienden. Hij woont in Zweden en een paar keer per jaar ontmoeten we elkaar in Amsterdam. Hij weet dat ik doodongelukkig ga worden in een "A-creatieve, dystopische ambtenarenhel" als die van een communicatieafdeling. Ik wist dat Jaap gelijk had.
Als er één deur sluit, gaat er vanzelf een andere deur open. Leuk als je portier bent. Maar ik heb geld nodig en moet zorgen dat er iets op tafel komt. Dat is geen deur die zich opent, het is een deur waar je zelf op moet rammen en brullen "Doe open!!" Totdat iemand die iemand kent die zegt dat je misschien die of die eens moet bellen...
Fase 4. Herstel. Terugvallen op waar je mee begon: journalistiek. Als broekie van 19 schreef ik voor lokale krantjes om na de School voor de Journalistiek een paar jaar in de wondere wereld van het tijdschrift te werken. Met plezier, maar reclame bood meer uitdaging en - eerlijk is eerlijk - betaalde stukken beter. Maar die liefde voor het schrijven verdween niet.

En het werkt. Beetje bij beetje rolden de schrijfklussen binnen. Een magazine, een jubileumboek. Boeken? Boeken! Waarom ook niet? Via via kwam ik terecht bij uitgeverij Pumbo (https://www.pumbo.nl/boek-drukken), een plek waar je terecht kunt wanneer je een tocht langs de grote uitgeverijen niet ziet zitten. Ideaal voor particulieren met een familiegeschiedenis, lifestylecoaches, jubilerende zangverenigingen, denkers, aanpakkers. Allemaal mensen die hun verhaal kwijt willen. Daar is dus helemaal niets denigrerends aan. Het afgelopen half jaar alleen al mocht ik drie mensen helpen bij het schrijven van hun bijzondere, unieke verhaal.
Zo maakte ik kennis met Yvonne uit Roermond, die haar jeugdherinneringen als bloedfanatieke Golden Earring-fan in de jaren '70 wilde boekstaven. Ik redigeerde en adviseerde. Het boek 'We've got a thing' ligt inmiddels in de winkels en wordt zeer goed ontvangen door de media (https://oor.nl/news/win-het-unieke-golden-earring-boek-weve-got-a-thing/).
Ook heel bijzonder om aan mee te werken was 'De Uitdaging' van Lotte Huveneers. Een doodeerlijk en dapper verhaal over de obstakels die een kind op haar weg vond tijdens haar ontwikkeling tot jonge vrouw. Een boek dat ongetwijfeld een weg zal vinden naar hulpverleners en jongvolwassenen.
Eind december rondde ik met Aniya Libudzewski het boek 'Tweelingzielen' af. Een openhartig verhaal waarin de nuchtere Aniya haar wederkerigheden met haar tweelingziel uit de doeken doet. Geen romance, maar het verhaal over twee mensen die door een speling van het lot op elkaar raken aangewezen.
Ontzettend leuk om te doen. Het vertrouwen dat de schrijvers in je stellen, doet wat met je. Je wordt deel van hun avontuur. Je zet ze op het spoor. Je verbetert zonder het verhaal te veranderen. Je vertaalt zonder de verteller uit het oog te verliezen. Je maakt er iets moois van. En dat zie je terug. Niet alleen aan het boek, maar vooral aan de dankbaarheid van de schrijvers.
Volgende maand begin ik het volgende boek. Een flinke pil. Ik verklap nog niets over de inhoud. Behalve dat het opnieuw een mooi verhaal gaat worden. In de tussentijd schrijf ik mijn stukken voor het Dagblad voor West-Friesland en ik haal verhalen in Amsterdam Nieuw-West, waar ik voor het Nationaal Programma volop aan de slag ben. Of ik het leuk vind? En óf ik het leuk vind! Alsof ik een oude vriend heb teruggevonden.
Heb je zelf een verhaal? Voor de krant, een magazine of een boek? Bel of mail me gerust.
Reclame is dood. Maar ik leef nog.



Opmerkingen